Sangster Juridische Dienstverlening maakt gebruik van cookies.×

Aantoonplicht bij aanvraag van bijstand

Wanneer je een aanvraag indient voor een bijstandsuitkering dien je je te realiseren dat jij als aanvrager dient aan de tonen dat je je in omstandigheden bevindt waarin je recht hebt op een bijstandsuitkering. En dat ook binnen de termijnen die het college stelt! Niet alleen je financiële situatie op het moment van de aanvraag is daarbij van belang, maar ook je financiële situatie in de periode direct voorafgaande aan de aanvraag is een essentieel onderdeel van de beoordeling. In het kader daarvan worden bij de aanvraag standaard de bankafschriften van alle lopende rekeningen opgevraagd over de drie maanden voorafgaande aan de aanvraag. Soms kan er reden zijn om die periode te verlengen.

Het feit dat aanvragers niet alle gevraagde bankafschriften inleveren, is vaak reden voor het (afwijzen of) buiten behandeling laten van een aanvraag voor een bijstandsuitkering. Zo kwam een aanvrager in beroep (nadat het bezwaar ongegrond was verklaard) tegen de buiten behandeling stelling van zijn aanvraag voor een bijstandsuitkering. De rechter diende te boordelen of het college de aanvraag terecht buiten behandeling had gelaten.

Uit het dossier bleek dat de aanvrager een Nederlandse man was die zich op 29 augustus 2016 had gemeld voor een bijstandsuitkering en dat hij de aanvraag op 31 augustus 2016 had gedaan. Bij de aanvraag had hij zich geïdentificeerd met een geldig paspoort; hij stond ingeschreven in de gemeente waar bij de aanvraag had ingediend; hij beschikte over een huurovereenkomst en kon laten zien dat hij de huur betaalde; en hij kon de beeindigingsbeschikking van het UWV laten zien waaruit bleek dat zijn uitkering op grond van de Werkloosheidswet zou worden beëindigd per 1september 2016. Op zijn aanvraagformulier had hij aangegeven over drie bankrekeningen te beschikken. Twee lopende rekeningen en een spaarrekening. Hiervan diende hij de bankafschriften van de laatste drie maanden over te leggen. Omdat hij de gegevens niet samen met het aanvraagformulier had overgelegd is hem een hersteltermijn verleend. Hij diende de bewijsstukken uiterlijk tijdens een gesprek met een medewerker van de gemeente over te leggen. Tijdens dit gesprek had hij van één lopende rekening en van de spaarrekening alle gevraagde afschriften meegenomen. Voor de tweede lopende rekening leverde hij alleen een Word document aan met het daarin geknipt en geplakt de bij- en afschrijvingen van de rekening. Hem werd duidelijk gemaakt dat dat geen deugdelijk bewijsstuk is. Alleen de afschriften of een mutatieoverzicht met de vermelding van de saldi, kunnen daartoe gerekend worden. Tijdens het gesprek is hem aangeboden via internetbankieren zijn bankaccounts te tonen. Hier wilde belanghebbende echter niet aan meewerken. Daarmee had bij onvoldoende inzicht gegeven in zijn financiele situatie en kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. 

De bestuursrechter oordeelde dat het college de aanvraag terecht buiten behandeling had gelaten. Niet in geschil was dat de man niet binnen de gestelde termijn de gevraagde gegevens heeft ingeleverd en dat deze gegevens waren noodzakelijk voor beoordeling van het recht op bijstand. Daarom was het college op grond van artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Awb bevoegd de aanvraag van de man buiten behandeling te stellen. De man voerde nog aan dat de betreffende medewerker had aangegeven dat het Word account voldoende was en dat hij geen bankafschriften meer hoefde in te leveren, maar dat werd bestreden door de betrokken medewerker. Ook het feit dat hij de bankafschriften in de bezwaarfase alsnog had overgelegd kon niet tot een ander oordeel leiden. De aard en inhoud van het besluit tot het buiten behandeling laten van de aanvraag om bijstand, brengen met zich mee dat in beginsel geen betekenis toekomt aan gegevens of bescheiden die na het nemen van dat besluit alsnog zijn verstrekt.


« terug naar overzicht
: mr. Sangster
: 15 augustus 2017
: bijstand aanvragen bijstandsuitkering voorwaarden